Boekhouder ZZP

Hoge Raad: ‘Verbouwing is geen nieuwbouw’

Het renoveren van een bestaand pand leidt niet tot nieuwbouw, stelt de Hoge Raad in een afgelopen vrijdag gewezen arrest. Het Gerechtshof in Den Bosch dacht daar eerder anders over. De uitspraak heeft grote fiscale consequenties, weet Boekhouder ZZP

De zaak ging om een woon-winkelpand dat in 2001 was verbouwd om te dienen als kinderopvang en dat, na enkele jaren als zodanig te zijn gebruikt, in de verkoop kwam. De belastinginspecteur was van mening dat er door de verbouwing sprake was van een in eigen bedrijf vervaardigd goed en legde een naheffingaanslag op. In de hierop volgende procedure gaf het Gerechtshof de inspecteur gelijk, omdat ‘het pand na de verbouwing niet kan worden vereenzelvigd met het pand zoals dat voor de verbouwing bestond en dat derhalve door deze verbouwing een goed is ontstaan dat tevoren niet bestond’. Door de inwendige verbouwing is ‘naar maatschappelijke opvattingen en ook naar spraakgebruik’ een nieuw goed ontstaan, ook al is het pand uiterlijk niet ingrijpend gewijzigd. De Hoge Raad heeft nu een streep door die redenering gehaald. Van ‘vervaardiging van een goed’ is alleen sprake als er een goed ontstaat dat eerder niet bestond. ‘Met betrekking tot onroerende zaken betekent dit (…) dat slechts sprake is van vervaardiging van een goed, indien door de werkzaamheden aan de onroerende zaak in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden.’ Even verderop in de uitspraak gaat de raad daarop door: er is in dit geval geen sprake van de vervaardiging van een onroerende zaak, ‘aangezien de stukken geen aanwijzingen bevatten dat voor de indeling van het pand ten behoeve van de aanwending als kinderdagverblijf ingrepen hebben plaatsgevonden die van zodanige aard waren dat in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden.’ De uitspraak betekent dat er door verbouwing geen nieuw vervaardigd pand ontstaat en heeft als consequentie dat er bij de verkoop van zo’n verbouwd pand wél overdrachtsbelasting moet worden betaald. Toch zal ook deze uitspraak geen ultieme duidelijkheid scheppen. De Hoge Raad heeft het in zijn arrest over ‘in wezen nieuwbouw’. De vraag is vervolgens wanneer daar sprake van zal zijn en welke criteria daarvoor zullen gelden. (Bron: Staatscourant)